Selecteer een pagina
Het Bewuste Zijn - Zingeving en Geluk

De oude Cheng – Het geheim van de oorspronkelijke geest

Deel VI – Niet dit, niet dat

De gedachte aan de Oorspronkelijke Geest is niets anders dan de weerkaatsing van die Geest in de beperkte geest. Zoals het beeld van de maan in een plas niets anders is dan de weerkaatsing van de maan. De Oorspronkelijke Geest blijft tegenwoordig en onveranderd, onberoerd door het lawaai van jullie denken en doen, net zoals de maan niet verandert en niet beroerd wordt door de helderheid of de troebelheid van het water, of door zijn kalmte of zijn golven, of door de grootte van de hoeveelheid water in de plas. Door al die dingen wordt alleen het beeld van de maan veranderd of weggevaagd. In werkelijkheid zit er geen maan in de plas.

Begrijp nu toch dat je met al je bedenksels de gevangene bent van je eigen geest. Je moet zo nodig reinheid betrachten, onthechting nastreven, vrijheid zien te verkrijgen en wel drie uur lang je gedachten stilzetten en zo zijn er nog talloze andere praktijken waar jullie je aan overgeven om de Oorspronkelijke Geest te pakken te krijgen. Zo zit je gevangen in je eigen kleine geest als een vis in een fuik.

Wat jullie aan het doen zijn, is net zo stom als wanneer iemand die de maan direct wil zien, daartoe het water in de plas schoonmaakt, de planten eruit haalt, een bamboeschutting om de plas zet om te voorkomen dat de wind er golfjes in maakt, of zelfs de plas laat leeglopen.

Kaalgeschoren schedels, begrijp toch dat jullie je uitsluitend laten vastleggen door je eigen gedachten en door je meelijwekkende manier van doen.

O kaalgeschoren vrienden, alleen omdat jullie zo verblind zijn, spreekt de oude Cheng over de Oorspronkelijke Geest en over de beperkte persoonlijke geest alsof het twee verschillende dingen zijn. Voor de oude Cheng zijn de Oorspronkelijke Geest en de persoonlijke geest, het eeuwige en het vergankelijke, wijsheid en onwetendheid, verlichting en verblinding, nirvana, soetra’s, het systeem van de Wet en de Boeddha zelf, niets anders dan de maalstroom van gedachten. Ze zijn net als dorre bladeren die een eigen leven lijken te hebben als de novemberwind ze laat opwaaien, maar die een ogenblik later weer levenloos zijn.

Kaalgeschoren schedels, de wezenlijke natuur van alle wezens en dingen is niet méér waard bij degene die haar ziet dan bij degene die haar niet ziet. Ze wordt op geen enkele manier beïnvloed door de vraag of ze al dan niet gekend wordt, en ook niet door de dingen waar je haar achter wegmoffelt.

Maar het staat jullie volkomen vrij je te blijven verliezen in het zoeken naar onderscheid en nuances en subtiliteiten en spitsvondigheden. En daarmee heb ik alles gezegd.

Boeddha

Kaalgeschoren schedels, de Boeddha heeft de Oorspronkelijke Geest aanvankelijk geprobeerd te vinden met behulp van zijn menselijke geest. Hij ontdekte dat dit onmogelijk was. Toen ging de Boeddha op zoek naar de Oorspronkelijke Geest met behulp van disciplines, zelfbeheersing en oefeningen. En opnieuw ontdekte hij dat deze manier nooit tot het doel kon leiden.

Toen hij onder de bodhiboom zat, had hij de Oorspronkelijke Geest nog steeds niet gevonden, maar hij had wel begrepen dat zijn denken noch zijn voelen noch zijn handelen in staat was hem zijn ware natuur te laten zien. Toen gaf de Boeddha het gebruik van zijn menselijke geest en van zijn handelen op; hij accepteerde zijn onwetendheid en erkende zijn onmacht daaraan een eind te maken.

In hem waren alleen nog maar onzekerheid en verwondering overgebleven zonder dat hij verder ergens door in beslag werd genomen. Onbeweeglijk zat hij, als een stuk dood hout, totdat, bij het opkomen van de morgenster, de Oorspronkelijke Geest hem verlichtte.

Dat is de ervaring van de Boeddha. Dat is het voorbeeld en het fundamentele onderricht dat hij ons heeft nagelaten. Maar jullie met z’n allen, discipelen van de Boeddha, wat hebben jullie gedaan? Je hebt je de Boeddha meester gemaakt om van zijn leven een legende te maken waar je in verrukking over kunt denken en van zijn persoon een afgod, geschikt om te aanbidden.

Jullie hebben je van de woorden van de Boeddha meester gemaakt om er iets heiligs van te maken, waardig om uit je hoofd te leren en te worden gereciteerd. Je hebt er verhandelingen over geschreven, je hebt er onophoudelijk over gekwebbeld en je hebt verschillende geloofsrichtingen tot stand gebracht. Jullie hebben tempels gebouwd en standbeelden gemaakt, wierook gebrand en kamfer aangestoken. Jullie hebben allerlei geloofsovertuigingen vastgelegd en dogma’s opgesteld en voorschriften en disciplines en oefeningen verzonnen.

Kaalgeschoren schedels, jullie zijn erin getrapt en je hebt je laten verleiden door al die dingen waarvan de Boeddha onderkend had dat het dwaalwegen waren die alleen maar tot chaos konden leiden. Door dat te doen, hebben jullie een hemelhoge muur opgetrokken rond de Oorspronkelijke Geest, die je wilt zien.

O kaalgeschoren vrienden, als jullie op die dwaalwegen blijven ronddolen, wat een mislukking is je leven dan!

En nu luister naar me met alle aandacht die je hebt. Nu zal ik je eindelijk het grote geheim onthullen van de Oorspronkelijke Geest. Wat ik je nu ga zeggen, is het belangrijkste en meest diepzinnige wat er ooit over gezegd is, namelijk dit:

Er bestaat geen geheim van de Oorspronkelijke Geest!

De oude Cheng

De oude Cheng maakte een pirouette en verdween. Niemand heeft daarna ooit nog iets van hem gehoord.

Beschouw alle patriarchen, alle praatzieke mannetjes zoals ik als oplichters, omdat ze praten over iets dat ze je niet kunnen laten zien en dat ze je niet kunnen geven. Het enige nut dat je hun misschien kunt toekennen, is het feit dat ze benadrukken dat ieder wezen de boeddha-natuur heeft.

Maar ieder van jullie moet die voor zichzelf zoeken zonder je door wat dan ook te laten afleiden, om haar ten slotte te vinden in haar fel oplichtende werkelijkheid. Wie zich laat verleiden door de woorden en de goocheltrucs van de patriarchen is verloren.

Kaalgeschoren schedels, in de hoop dat je daardoor de Oorspronkelijke Geest te zien zou krijgen, hebben jullie een heleboel dingen geleerd en opgeslagen in je kleine geestjes, zoals ze in dit klooster rijst opslaan in vaten. Zo hebben jullie niets anders gedaan dan onwetendheid verstoppen achter geleerde woorden over het ware en het onware, over goed en kwaad, over het eeuwige en het vergankelijke, over de hemel en de aarde, over de subtiele en de grovere elementen, over de verdiensten van de verschillende wegen en oefeningen, over de graad van verlichting die verkregen is door deze of gene, en over nog een heleboel andere dingen die precies even nutteloos zijn. Het enige wat hieruit blijkt, is dat jullie denken een diepgang te hebben bereikt die niet meer is dan een houding ten opzichte van wat is.

Kaalgeschoren schedels, het kwaad bij jullie zit in de pretentie en de arrogantie waardoor jullie denken te kunnen meten wat onmeetbaar is.

Als er onder jullie iemand is die tijdens het luisteren getroffen is door iets dat groter is en dieper gaat dan mijn woorden, en dat niet het soort verdoving is waar zovelen genoegen mee nemen in de waan dat het de Oorspronkelijke Geest is, maar een eenvoudige en actieve helderheid, hem alleen kan hoef ik niets meer te vertellen.

Op een gegeven moment zal zijn dikke modderkorst barsten gaan vertonen en ten slotte in één klap wegvallen. Op dat ogenblik zal hij het juweel van de Oorspronkelijke Geest zien schitteren. In deze hele aangelegenheid onderneem ik niets en grijp ik nergens in.

Ik ben niets anders dan een doorgang, een trechter voor de Oorspronkelijke Geest, die enkelen intuïtief via mij aanvoelen, via mij, de oude Cheng, die voor de rest ook niets anders is dan een modderige korst rondom een diamant.

Op alle vragen die me worden gesteld over de Oorspronkelijke Geest kan ik er alleen maar het zwijgen toe doen of antwoorden met ‘nee’ of ‘ik weet het niet’. En iemand die de Oorspronkelijke Geest gezien heeft, heeft de oude Cheng niet meer nodig.

Doordat jullie niet in staat zijn te zien dat jullie in wezen niets anders zijn dan boeddha-natuur zijn, compenseren jullie je onwetendheid door je de gedachten en activiteiten van degenen die je boven je hebt geplaatst, eigen te maken. Jullie worden volledig in beslag genomen door het beamen van wat anderen denken en doen en dat is jullie schandpaal. Dat belet je de Oorspronkelijke Geest te zien.

Kaalgeschoren schedels, jullie zijn een dievenbende. Voor jullie is er geen hoop.

In je diepste wezen verschillen jullie in niets van de Boeddha. Wat je ontbreekt, is het ondubbelzinnig kennen van je eigen wezen. Dat is het enige wat je ontbreekt en wat jullie er steeds weer toe aanzet te proberen te worden wat je elk moment van je leven al bent geweest.

Het enige wat de moeite waard is in het leven is het voortdurend verweven zijn met de Oorspronkelijke Geest, die zo duidelijk als een berg voor je staat. Wijk daar een haarbreedte van af en je vervalt onmiddellijk weer in de chaos en in de eindeloze maalstroom van oorzaken en gevolgen.

Dit is de enige les die de oude Cheng jullie kan geven.

En de oude Cheng vertrok.